top of page

Twee jaar ziek vóór 1 juli 2015 en dan misschien toch aanspraak op een transitievergoeding?

  • Foto van schrijver: Léonie Rodenburg
    Léonie Rodenburg
  • 11 feb 2020
  • 4 minuten om te lezen

Zoals inmiddels bekend is, heeft de Hoge Raad eind 2019 geoordeeld dat werkgevers moeten meewerken aan de beëindiging van een slapend dienstverband onder betaling van de transitievergoeding. De algemene gedachte hierbij is dat dit alleen geldt voor werknemers met een slapend dienstverband, die na 1 juli 2015 twee jaar ziek zijn. De rechtbank Noord-Holland dacht hier onlangs toch anders over. Maar betekent dit dat nu ook werknemers die vóór 1 juli 2015 twee jaar ziek zijn aanspraak kunnen maken op een transitievergoeding?


Twee jaar ziek vóór 1 juli 2015 = geen transitievergoeding

Althans dat was de algemene gedachtegang na de uitspraak van de Hoge Raad. Immers vóór 1 juli 2015 bestond de transitievergoeding nog niet. Werknemers die vóór 1 juli 2015 konden worden ontslagen zonder enige vergoeding. De Hoge Raad heeft ten aanzien van de door werkgevers verschuldigde vergoeding dan ook beslist dat ‘die vergoeding niet meer behoeft te bedragen dan hetgeen aan transitievergoeding verschuldigd zou zijn bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst op de dag na die waarop de werkgever wegens arbeidsongeschiktheid van de werknemer de arbeidsovereenkomst zou kunnen (doen) beëindigen’.


De feiten in de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland

De werkneemster in deze zaak was sinds 2001 gedeeltelijk arbeidsongeschikt. In januari 2013 had zij zich toegenomen arbeidsongeschikt gemeld. Per 5 januari 2015 was de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 80 tot 100%. De verzekeringsarts stelde daarbij echter dat een aanzienlijk herstel van de arbeidsmogelijkheden te verwachten was na een operatie die werkneemster zou ondergaan.


Op 14 maart 2017 had het UWV uiteindelijk vastgesteld dat de mate van arbeidsongeschiktheid van werkneemster ongewijzigd 80 tot 100% was. De werkneemster was vanaf 14 maart 2017 niet meer opgeroepen voor werkzaamheden. De werkgever liet in een brief van 19 mei 2017 weten dat het dienstverband niet werd beëindigd.


Werkgever heeft in december 2019 afwijzend gereageerd op het verzoek van werkneemster om het dienstverband te beëindigen onder uitbetaling van de transitievergoeding. Werkneemster heeft vervolgens bij de kantonrechter gevorderd dat de werkgever de arbeidsovereenkomst uiterlijk op 30 december 2019 moest opzeggen, onder toekenning van de transitievergoeding.


Verweer werkgever

Werkgever bestrijdt dat zij in het geval van een beëindiging een transitievergoeding verschuldigd is. Volgens werkgever heeft de Hoge Raad de vergoedingsplicht gekoppeld aan de omvang van de transitievergoeding op het moment van einde wachttijd, dus na twee jaar arbeidsongeschiktheid. Vóór 1 juli 2015 was bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst nog geen transitievergoeding verschuldigd dus in deze situatie ook niet, aldus werkgever.


Beoordeling kantonrechter

Naar het oordeel van de kantonrechter volgt uit de uitspraak van de Hoge Raad, dat de aanspraak op een transitievergoeding moet worden beoordeeld naar het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst beëindigd had kunnen worden.


De wet bepaalt (kort gezegd) dat een arbeidsovereenkomst met een langdurig zieke werknemer beëindigd kan worden wanneer:

  • de werknemer twee jaar ziek is;

  • het UWV beslist dat de werkgever voldoende heeft gedaan aan re-integratie;

  • en herstel binnen 26 weken niet aannemelijk is.


De kantonrechter komt in deze situatie tot de conclusie dat het dienstverband niet al per het einde van de twee jaar ziekte (in januari 2015) beëindigd had kunnen worden. Deze conclusie trekt de kantonrechter op basis van de volgende feiten:

  • de werkneemster heeft ook na januari 2015 werkzaamheden verricht;

  • werkgever heeft getracht haar te re-integreren. Dat deze pogingen tot re-integratie tevergeefs waren, doet aan het voorgaande niet af;

  • pas toen het UWV in maart 2017 besliste dat de arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef, werd voldaan aan de wettelijke vereisten voor beëindiging van het dienstverband wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.


Pas in maart 2017 stond immers voor het eerst vast dat binnen 26 weken geen herstel zou optreden en dat binnen die periode de bedongen arbeid niet in aangepaste vorm kon worden verricht. Voor de berekening van de transitievergoeding moet daarom worden gekeken naar dat moment in maart 2017, aldus de kantonrechter.


In deze situatie maakte werkneemster dus wel degelijk aanspraak op de transitievergoeding.


Wet compensatie transitievergoeding

De Wet compensatie transitievergoeding hanteert een ander uitgangspunt dan de Hoge Raad. Op grond van deze wet wordt alleen de transitievergoeding die na 104 weken verschuldigd zou zijn vergoed. Deze wet sluit dus niet aan bij het moment waarop de werkgever het dienstverband zou kunnen beëindigen. Aangezien het moment waarop de 104 weken ziekte waren verstreken in deze zaak vóór de invoering van de transitievergoeding (1 juli 2015) lag, zal er hier dus geen recht zijn op compensatie.


Conclusie

Maar betekent dit dat nu ook alle werknemers met een slapend dienstverband die al vóór 1 juli 2015 twee  jaar ziek waren aanspraak kunnen maken op een transitievergoeding?

Nee, wij denken van niet. In de meeste situaties valt het einde van de twee jaar ziekte wel degelijk samen met het moment waarop voldaan is aan de vereisten voor beëindiging van het dienstverband wegens  langdurige arbeidsongeschiktheid. Er zijn echter situaties denkbaar waarin dit niet het geval is. Bijvoorbeeld indien op het moment dat de twee jaar ziekte zijn verstreken, maar er verwacht wordt dat de werknemer binnen 26 weken voldoende herstelt.


Heb jij een werknemer in dienst waarvoor dit mogelijk geldt?  Of ben jij de werknemer die mogelijk toch aanspraak maakt op een transitievergoeding? Wij helpen je graag verder. Ook voor de aanvraag van de compensatie (mogelijk per 1 april 2020) kan je bij ons terecht.


Je kunt ons bereiken via leonie@rodenburgmooij.com of via 06 - 48 38 2993.

 
 
 

Opmerkingen


©2020 door RodenburgMooij.
RodenburgMooij is een samenwerkingsverband tussen Mooij Juridisch Advies (KvK: 76254283) en Rodenburg Law (KvK: 62690906)

bottom of page